kenmerken volwassenen - Oog voor de Ziel - Puur Zijn van binnenuit

Oog voor de Ziel

Puur Zijn van binnenuit

Aandacht
Balans
Ontspanning
Energie
Bewustwording
Terugkomen bij jezelf
Autisme ondersteuning
Oog voor de Ziel
Ga naar de inhoud
Puur Zijn van binnenuit
Autisme
Oog voor de ziel
ondersteuning
&
Verhaaltjes autisme

kenmerken volwassenen

Coaching HSP/Autisme
Kenmerken autisme bij volwassenen                                                   printen

 1. Naïviteit
 2. Eerlijkheid
 3. Traagheid
 4. Wilskrachtig
 5. Mimiek is vlak
 6. Onhandigheid
 7. Individualistisch
 8. Perfectionistisch
 9. Niet creatief zijn
10. Sterk analytisch zijn
11. Moeite met grenzen
11. Verwarring bij plagen
12. Eenzijdige conversatie
13. Doorzettingsvermogen
14. Behoefte aan structuur
15. De spraak mist melodie
16. Neemt dingen letterlijk
17. Gedrevenheid gefocust
18. Weinig inlevingsvermogen
19. Moeite met laten aanraken
20. Pedant (geleerd)taalgebruik
21. Denken bij alles wat je doet
22. Stereotiepe bewegingen/tics
23. (Emotionele) kwetsbaarheid
24. Werkt slecht in teamverband
25. Snel het overzicht kwijt raken
26. Werkt vaak onder eigen niveau
27. Je ‘anders’ voelen dan anderen
28. Sterk, soms fotografisch geheugen
29. Moeite zelf het initiatief te nemen
30. Sterk gevoel voor rechtvaardigheid
31. Dingen op de lange baan schuiven
32. Maar 1 ding tegelijk kunnen doen
33. Soms geen relaties kunnen hebben
34. (Niet-functionele) routines hebben
35. Moeite met intimiteit en/of seksualiteit
36. Herkent non-verbale signalen niet altijd
37. Motorisch houterig, slechte coördinatie
38. Sterke behoefte aan routine en regelmaat
39. Het hebben van een eigen duidelijke mening
40. Prosopagnosia: lett. Geen gezichten herkennen
41. Fiepen: stereotiepe interesses, die heel intens zijn
42. Problemen bij het voeren van de thuisadministratie
43. Kan slecht tegen veranderingen in de leefomgeving
44. Egocentrisch gevonden worden door je omgeving
45. Moeite met beslissingen nemen, daardoor onzeker
46. Encyclopedische kennis van bepaalde onderwerpen
47. ‘Professortje’ gevonden worden in de ogen van anderen
48. Maakt weinig oogcontact met anderen of kijkt er langs heen.
49. Behoefte aan rust en een rustige omgeving, moeite met drukte.
50. Begrijpt dubbele boodschappen niet, neemt taal vaak letterlijk.
51. Moeite met uiten van gevoelens, niet snel je gevoel laten zien.
52. Visueel denken; je plaatje maken in je hoofd, in beelden denken.
53. Niet echt bij een groep (willen) horen, liever één op een contact.
54. Moeite om leven te organiseren en structureren, toekomstplannen te maken.
55. Helemaal wegvallen, in je eigen hoofd gaan leven, in je eigen wereldje zitten.
56. Beseft vaak niet wat de drijfveren van de ander zijn, weinig inlevingsvermogen.
57. Komt bij spanningen moeilijk uit zijn/haar woorden, gaat stotteren of klapt dicht.
58. Kan slecht inschatten, welk gedrag sociaal acceptabel is en slaat vaak de plank mis.
59. Sterke behoefte aan duidelijke instructies, met name op het werk of wat voor werk dan ook.
60. Liefst zelfstandig werken, dingen op eigen manier willen doen, moeite met samenwerken.
61. Kan niet goed tegen plotselinge veranderingen raakt daar behoorlijk van in de war.
62. Heeft het nodig om iets van te voren duidelijk te weten voor hij er naar toe gaat.
63. Het niet ‘zien’ van dingen, en daardoor etiketjes opgeplakt krijgen als ‘lui’, ’egoïstisch’.
64. Over- of juist ondergevoeligheid voor sensorische prikkels (geluid, licht, smaak, tast).
65. Vasthoudend aan eigen overtuiging, niet snel bereid tot het sluiten van compromissen.
66. Moeite met wederkerigheid, meer nemen dan geven, moeite met gelijkwaardigheid in contacten.
67. Moeite relaties op te bouwen en vooral te houden, vooral wat betreft intieme vriendschappen.
68. Nemen gezegdes veel te letterlijk en kunnen daardoor niet omgaan met woordgrapjes en abstracte begrippen.
69. Gaat helemaal op in een activiteit of hobby op het obsessieve af (soms alleen in gedachten)
70. Sterk zicht op details, maar verliest de grote lijnen uit het oog, ziet niet altijd de grote verbanden
71. Hoort niet altijd alles wat er gezegd wordt en vergeet dingen die de interesse niet hebben
72. Als een ander iets vertelt, roept dat niet altijd een gevoel op, dus moeite met invoelen vanuit je gevoel, dit lukt soms wel vanuit je ge-
     dachten.
73. Houdt niet van oppervlakkig geklets over koetjes en kalfjes, beperkt de communicatie tot de essentie.
74. Moeite met groepen mensen, valt stil in een groep, zegt niets meer, neemt nietmeer deel aan het gesprek, loopt er van weg.
75. Sterk vasthoudend aan eigen planning, raakt van slag als deze door anderen verstoord wordt
76. Niet altijd in contact kunnen staan met andere mensen of je omgeving, je bent dan vaak niet aanwezig, letterlijk (weg gaan, ergens
     anders zitten, alleen willen zijn) en figuurlijk dissociëren, geestelijk weg gaan, absences/ black outs).
77. Lagere frequentie van contacten dan de meeste mensen bijvoorbeeld je vrienden maar eens per maand willen zien of
     spreken, of hooguit eens per week, geen behoefte aan intensief contact.
78. Eerder rationeel dan emotioneel zijn, ten minste zo komt het over op anderen, maar zelf kun je het gevoel hebben wel erg gevoelig
     (overgevoelig) te zijn.
79. Sommige autisten zijn over-, weer andere zijn ondergevoelig. Niet alle autisten noemen zichzelf in hoofdzaak rationeel.
80. Tegenstrijdigheden in jezelf: open - gesloten, stil - veel praten, aanpassen – moeite met aanpassen, flexibel - niet flexibel, optimistisch -
      depressief, vrij - geremd, nabijheid - afstand, lui - niet lui, rationeel - emotioneel en(over) gevoelig.






©2017-2021 Oog voor de Ziel Amsterdam
Terug naar de inhoud