Een spelletje spelen - Oog voor de Ziel - Puur Zijn van binnenuit

Oog voor de Ziel

Puur Zijn van binnenuit

Aandacht
Balans
Ontspanning
Energie
Bewustwording
Terugkomen bij jezelf
Autisme ondersteuning
Oog voor de Ziel
Ga naar de inhoud
Puur Zijn van binnenuit
Autisme
Oog voor de ziel
ondersteuning
&
Verhaaltjes autisme

Een spelletje spelen

Coaching HSP/Autisme > Verhaaltjes autisme
Een spelletje spelen

Het is een donkere regenachtige dag. We blijven lekker thuis.
Ankie is dol op spelletjes. Ze vraagt mama: “Gaan we vandaag een spelletje spelen?”
“Dat is goed,” zegt mama. “Ruim de tafel maar vast af, dan kunnen we er een spel op leggen.”
Karlijn ligt op de bank met de poes naast haar. Ze aait de poes.
De poes spint met gesloten oogjes, prrr prrr prrr.
Nadat de tafel is afgeruimd vraagt Ankie: “Mama, welk spel zullen we gaan spelen?”
Mama zegt: “Misschien is ganzenborden wel leuk. Vraag maar aan Karlijn of ze zin heeft om mee te doen.”
Ankie gaat naar Karlijn, die nog steeds met de poes op de bank ligt. Ze vraagt haar, ”Karlijn, heb je zin om mee te doen met ganzenborden?”
“Ja, leuk!” zegt Karlijn. Bij het opstaan, springt de poes al van de bank. Samen lopen ze naar de tafel.
Karlijn legt het bord neer en zet voor zichzelf een rood gansje vóór het eerste vakje. Ankie zet daar het gele gansje. Voor mama zet Karlijn het groene gansje neer om mee te spelen.
De twee dobbelstenen, voor het tellen hoeveel vakjes je vooruit mag, worden in het midden van het spel gelegd.
Als mama er bij komt zitten kan het spel beginnen.
Na een aantal beurten staat Karlijn voor, ze vindt het spannend want mama staat vlak achter haar en Ankie staat nog bijna aan het begin.
Karlijn is weer aan de beurt om met de dobbelstenen te gooien.
Één dobbelsteen komt op vier, de ander komt op twee, dat is samen zes. Het tellen van de dobbelstenen vind Karlijn moeilijk. Ze raakt er steeds van in de war. Ankie helpt met tellen.
Karlijn komt op een vakje terecht waar ze eerst zes moet gooien
om verder te mogen.                    
De spanning wordt haar te veel.
Ze kan er niet meer tegen.
Ze zegt plotseling: “Ik wil niet meer spelen!”
Ze veegt boos met haar arm het spel
door elkaar, en loopt weg.
Ankie begrijpt er niets van en zegt verbaast:
“Wat doe je nou, het spel was juist zo leuk en spannend!”
Ankie begrijpt niet dat het tellen van de dobbelstenen en de spanning van het spel te moeilijk is voor Karlijn. Daar kan Karlijn niet goed tegen.
Mama zegt: “Karlijn, dit is niet fijn wat je doet. Je mag het spel niet door elkaar gooien.”
“Ga maar even tot rust komen in je kamer met je pot met kurken.
Dan ruimen wij de tafel even op. Daarna kom ik naar je toe.”
Karlijn kan uren met kurken van flessen bezig zijn. Ze rollen zo leuk in een kringetje.
Mama weet dat het geen zin heeft om het spel opnieuw met Karlijn te beginnen. Tegen Ankie zegt mama: “Wij spelen het spel wel zonder Karlijn. Zet jij het spel even opnieuw op?” Dat vindt Ankie wel goed.
Als de rust is terug gekeerd, gaat mama naar Karlijn.
Ze vraagt aan Karlijn: “Denk je dat je voldoende tot rust bent gekomen?” “Ja” knikt Karlijn. “Kom je dan gezellig bij ons aan tafel zitten tekenen, terwijl wij aan het spelen zijn?” “Dan pak ik er ook nog een paar glazen limonade voor jullie bij.”
Dat vindt Karlijn wel leuk.


Geschreven door: Martine de Waart
Geïllustreerd door Carmina Carrasco Gonzalez
©2017-2021 Oog voor de Ziel Amsterdam
Terug naar de inhoud